Spring naar inhoud
Bestel tickets

Door: Joost Tanasale

Koos Terpstra was jarenlang directeur van het Noord Nederlands Toneel, nu is hij terug in Groningen. Hij is schrijver en regisseur van de tweede muziektheatervoorstelling van Zummerbühne: Ripperda. Hoe schopte deze avonturier het vanuit de Groninger klei tot eerste minister van Spanje en legeraanvoerder van Marokko? Over de kunst van het schuiven, draaien en keren: “Ik ben van die man gaan houden.”

Ripperda heeft ongeveer twintig vrouwen gehad, who the fuck doe ik dat?

Hij had geen beeld van Johan Willem Ripperda, die in 1682 werd geboren in het Groningse Oldehove, als zoon van een berooide adellijke familie. Laat staan of schrijver en regisseur Koos Terpstra weet of de vertolking in de muziektheatervoorstelling overeenkomt met zijn imago. “Ripperda heeft helemaal geen imago, want vrijwel niemand heeft over hem gehoord! Ook ik kende hem niet.” 

En dus worstelde hij zich door een vuistdikke biografie heen. Daarin wordt Ripperda beschreven als een oplichter, maar Terpstra betwijfelt of dat zo is. “Er lopen wel grotere oplichters rond. Ik denk dat hij echt zijn best heeft gedaan. Ja, hier en daar is hij wat onhandig geweest, maar vaker was hij juist heel erg handig. Ik geef het je te doen: binnen drie maanden wist hij zich het Spaanse hof binnen te dringen. Ik zou niet weten hoe ik dat voor elkaar zou moeten krijgen, hij wel.”

Onderaan de streep bleef een redelijk leuke man over, die zelfs zijn idealen heeft gevolgd. “Hij kan terugkijken op een geweldig leven! Het is echt bewonderenswaardig wat hij allemaal voor elkaar heeft gekregen. En ja, dat er dan ook eens wat mislukt, dat zal wel. Ik kies ervoor me daar niet op te focussen. Hij wilde er toe doen en had nog best sociale idealen ook, bijvoorbeeld door voor de armen op te komen. Maar hij dacht wel als eerste aan zichzelf.”

Kinderen, landen en vrouwen schrappen

Meerdere keren nam de 68-jarige Terpstra de hele biografie door, om tot de kern te komen voor het verhaal dat komende zomer Op Maarhuizen speelt, met Bert Visscher in de rol van Ripperda. Hij stuitte op een kleurrijk levensverhaal, met genoeg belevenissen voor meerdere succesvolle Netflix-seizoenen. Hopeloos was het, verzucht hij: “Zoveel feiten, cijfers en achtergrondgegevens. Dan keek ik naar zo’n hoofdstuk en dacht: hoe krijg ik dit in godsnaam helder? Ik ben best thuis in geschiedenis, maar ik wist niet precies hoe het zat met de Republiek en hoe Europa in die tijd in elkaar stak. Oostenrijk, zo’n leuk Tiroler landje dacht ik, maar het was in die tijd een wereldmacht waar je rekening mee diende te houden. Dat wist ik niet en dat weet het publiek ook niet.” 

En dat gold voor elke millimeter in het verhaal. Hoe kwam Ripperda überhaupt bij die koningin van Spanje terecht? En hoe zat Marokko in die tijd in elkaar? “Ik moest een geloofwaardig verhaal maken, met een geloofwaardig personage. Ripperda heeft ongeveer twintig vrouwen gehad, who the fuck doe ik dat? Het was zoeken, zoeken, zoeken om tot de kern te komen, dat wil zeggen, mijn kern. In feite heb ik zeshonderd bladzijden geschrapt. In mijn verhaal gaat hij van Spanje naar Marokko, maar in werkelijkheid gaat hij eerst naar Engeland en dan naar Nederland. En ook dan beleeft hij allerlei avonturen. In de voorstelling gaan we in één keer  - boem - naar Marokko. Want we moeten door. Ja, dan moet je wel eens wat kinderen, landen en vrouwen schrappen.”

Schuiven, draaien en keren

Als jongetje liep Ripperda rond in de Groninger klei en realiseerde hij zich dat de wereld groter was dan dat. “Hij voelde dat hij iets in zich had en daar heeft hij wat mee gedaan.” Terpstra kan dat wel waarderen. “Er zijn genoeg mensen die dat helemaal niet doen, ook goed. Daar ga ik geen oordeel over hebben. Maar ik vind dat je ook geen oordeel moet hebben over mensen die dan zeggen: ja, ik ga er wel wat mee doen en dan misschien zelfs wel mislukken. Want hoe kan je ooit lukken zonder de kans van mislukken? Ik ben wel van hem gaan houden.”

Maar hij had ook ontegenzeggelijk een bepaalde ijdelheid, aldus Terpstra: “Net als acteurs. Ik hoef zelf helemaal niet op het toneel te staan, voel geen behoefte om te shinen. Ripperda vond zichzelf echt iemand, voelde dat hij wat in zich had en wilde shinen. Maar wat is daar mis mee?” 

Ja, Ripperda schuift, draait en keert, zegt de schrijver-regisseur, maar vergis je niet: “Dat is niet alleen een kenmerk van hem, dat is ook een kenmerk van Mark Rutte en van iedereen die ergens iets wil bereiken, dus zo raar is dat niet. Helemaal in de politiek moet dat, want je kunt wel zeggen wat je wil, maar dan begint het echte werk pas. Het is onderdeel van iets voor elkaar krijgen. Toen, nu, altijd. Mijn Ripperda is gewoon steengoed in het vinden van manieren om problemen op te lossen.”

Tussen waarheid en leugen

Ook in de muziektheatervoorstelling zelf schuift, draait en keert het. Alles rondom Ripperda wordt tegen hem gebruikt en andersom. Als hij ergens in de rats zit, weet hij het om te draaien en als hij bijna de troon bestijgt, gaat hij weer ten onder. “De ene keer zal het publiek zijn gedraai afkeuren, de andere keer fluistert een dame hem in te liegen om juist iets goeds te doen.”

Hij vindt het heerlijk om te spelen met het grijze gebied tussen waarheid en leugen. Zo wordt er ook volop gespeeld met het personage van Bert Visscher. Terpstra: “Je ziet Bert, maar hij is ook Ripperda. Dus er gebeurt iets met het publiek wanneer Bert als Ripperda zegt dat hij een grote aansteller is. Want Bert is dat zelf natuurlijk ook, laat dat duidelijk zijn. Als wij iedere keer zo’n draai kunnen maken, krijgen we hopelijk de mensen telkens van het padje. De drukke Bert die normaal met zwemvliezen aan over het podium rent is ook een intelligente, leuke, vriendelijke man, en die kant krijg je ook te zien. Je zit te kijken, er wordt gezegd dat het gaat over een oplichter, maar aan het einde is hij geen oplichter meer: dan blijk je het zelf.”