Dat Hollands Hoop meer is dan een muziektheatervoorstelling, blijkt uit het fascinerende familieverhaal van kok René Schriemer uit Groningen. Hij werd geboren in Libanon, groeide op in een Nederlands adoptiegezin en vond drie jaar geleden zijn biologische moeder, die ruim veertig jaar met de gedachte leefde dat ze abortus had gepleegd. In gesprek met een van de cateraars van Hollands Hoop.
“Ze schreef me dat ze opeens weer dingen herinnerde die ze altijd had geblokt”
René - robuust, stevige baard en een lichte Groningse tongval - werd geboren in Beiroet ten tijde van een heftige burgeroorlog, maar groeide op in een Nederlands gezin dat hem adopteerde toen hij zes weken jong was. Ze woonden eerst in Ten Boer, daarna in Appingedam en later Harkstede. Koken zat er van jongs af aan al in: “Ik wilde elke week in de keuken zijn, soep maken op zondag.”
Hij koos een andere route en werd elektricien. Totdat hij door de economische crisis rond 2012 op straat kwam te staan. René: “Mijn passie voor eten kwam in die tijd weer bovendrijven. Zo ben ik met behulp van het UWV als cateraar voor mezelf begonnen. Dat was een spannende stap, maar in het begin ging dat supergoed.”
Magnifiek werk
Maar na een half jaar kwam de klad er wat in. “In de week dat mijn uitkering stopte, werd ik gebeld door een oud-werkgever in de elektrotechniek, om voor drie dagen in de week onderhoudsklusjes te doen. Dat heb ik drie jaar gedaan, om met die vastigheid achter de hand mijn eigen zaak te ontwikkelen.”
Pas toen het qua tijd echt niet meer te combineren viel, nam hij na lang wikken en wegen de stap om als cateraar verder te gaan. Al gauw klopte het Noord Nederlands Toneel bij hem aan, dat sindsdien een van zijn grote opdrachtgevers is. “Het is magnifiek werk. Voor Hollands Hoop maak ik voor de crew elke dag iets nieuws, maar voor het wisselende publiek serveer ik juist elke avond hetzelfde menu. Bij het NNT heb ik de do’s and dont’s geleerd om voor heel veel verschillende mensen te koken.”
Sprong in het diepe
De professionele sprong in het diepe stond niet op zichzelf. Want in diezelfde periode ontdekte René een onontgonnen kant bij zichzelf: “Ik kwam bij een verdriet waarvan ik niet wist dat ik die had.” Dat had alles had te maken met de onwetendheid over zijn afkomst. Samen met zijn vrouw Rebecca reisde hij in 2012 af naar zijn geboorteland Libanon.
Een familienaam had hij niet, enige houvast over zijn biologische ouders ontbrak. Hij had alleen wat namen van dokters en advocaten op een briefje en de locatie van zijn geboortekliniek.
“De zoektocht liep op niks uit. Alle mensen waarvan we de naam hadden waren overleden. We vonden de locatie van de kliniek, maar dat bleek nu een redactie-ruimte. Wel hoorden we dat op die plek vroeger schimmige dingen gebeurden.”
Ik ga niks vinden, dacht hij. “Het was echt superverdrietig en het een begin van veel frustratie.”
Vakantie
In 2014 keerden ze terug naar Libanon. Dit keer zonder zoektocht, maar om te genieten van het land. “We hadden echt een ontzettende leuke vakantie. En er was meer ruimte om van het eten te genieten. Alles werd bereid zonder pakjes en zakjes. Tijdens die vakantie is de passie voor koken weer aangewakkerd en dankzij bijzondere ontmoetingen werd frustratie omgewisseld voor vrede.”
Eenmaal terug in Groningen, merkte René al snel dat hij Libanon miste. Hij begon wat om zich heen te kijken en ontdekte het bestaan van dna-banken, om dna heen te sturen en zo familie te achterhalen. “Ze vonden wat achterneven- en nichten. Maar dat was zo ver weg. Zij konden mij allemaal niets vertellen.”
Wat weet je van je geboorte?
René zag de zoektocht niet meer zitten, maar zijn vrouw vond dat hij toch nog een andere dna-bank moest gebruiken. Na lang aandringen ging hij overstag. Met succes, want daar kwam een match uit: een volle neef in Amerika.
Die neef bleek min of meer voor de lol dna opgestuurd te hebben, zonder dat hij op zoek was naar familie. René kreeg geen contact met hem. Maar hij had nu wel een volledige naam. Hij keek op de vriendenlijst van zijn neef op Facebook en stuurde een paar mensen met dezelfde achternaam een bericht. Hij kreeg één reactie, van ene George, woonachtig in Libanon: “Waarom wil je contact?”, schreef hij terug.
Aan hem vertelde René zijn verhaal. “Hij vond het heel vreemd dat niemand mij kende en zei: ‘Ik ga het de familie voorleggen’.”
Weken bleef het stil. Geen reactie. “Het was een doodlopende weg.” Tot René plotseling op Facebook een privéberichtje ontving van een vrouw. Het was 12 juli 2019, hij weet het nog precies. “Het was tien voor zeven ‘s avonds. Die vrouw schreef: ‘Mijn beste vriendin, ze heet Najwa, wil per se met je praten.’”
Nummers werden uitgewisseld en via WhatsApp werd contact gelegd. René: “Ze stelde zich heel beleefd voor. En ze vroeg: ‘Wat weet je van je geboorte?’”
Geblokte herinneringen
Via WhatsApp vertelde Najwa dat George - haar broer - het verhaal van René had verteld, maar dat het aanvankelijk niks bij haar opriep. René: “Ze schreef me dat ze pas weken erna opeens weer dingen herinnerde die ze altijd had geblokt.”
Nu vertelde Najwa haar verhaal aan René. “Op haar zestiende raakte ze zwanger van haar vriend, maar haar ouders kwamen daar achter. De ene vader was burgemeester en de ander kolonel in het leger, dus waarschijnlijk stond hun aanzien op het spel. En er heerste een burgeroorlog. Haar moeder dwong haar het kindje weg te laten halen. Ze probeerde nog te vluchten met haar vriend, maar ze werden gevonden.”
Na die avond dat René contact kreeg met Najwa, appten ze hele dagen. Urenlang. Ze bleek naast Libanees ook Frans en Engels te spreken, dus dat maakte het contact makkelijk.
Gruwelijk verdienmodel
Zou het kunnen? Heel voorzichtig begon René te denken aan de mogelijkheid dat Najwa zijn moeder was: “In theorie kon het, de kliniek klopte ook bijvoorbeeld, alleen wist zij de datum niet meer.”
Bovendien was ze in de kliniek onder narcose gebracht en hadden de artsen haar bij het ontwaken meegedeeld dat door de ingreep in de kliniek, haar kindje na zes maanden zwangerschap was overleden. “Het idee om baby’s zonder medeweten van de moeder alsnog te laten leven was ooit misschien nobel begonnen,” zegt René, “maar de adopties werden een gruwelijk verdienmodel, zonder dat adoptieouder daar ook maar iets van wisten.”
Vloek
Het werd een trauma dat Najwa haar hele leven met zich meedroeg. René: “Ze vertelde: ‘Ik heb altijd gedacht dat ik mijn kindje heb vermoord. Dat ik een vloek over mezelf heb afgeroepen.’”
Uit Engeland liet René een dna-test komen, die hij doorstuurde naar Libanon. Najwa voegde geknipte nagels en speeksel toe, stuurde het op naar René, en die stuurde het terug naar Engeland. Weer duurde het wachten lang.
Toen de enveloppe op de deurmat viel, op 23 augustus 2018 - hij weet het nog precies - viel het op zijn plek: “Het was een 99,99 procent match. Ze bleek mijn moeder.” Die avond besloten ze niet te appen, maar te beeldbellen. Nooit eerder had René de stem van zijn moeder gehoord: “Voor het eerst hebben we elkaar toen moeder en zoon genoemd.”
Zusje in Nederland
“En weet je wat leuk is? Mijn moeder bleek elk jaar in Nederland te komen,” zegt René. Najwa en haar vriend, de biologische vader van René, werden vanwege de zwangerschap door hun families uit elkaar gehaald en hebben elkaar daarna nooit meer gezien. Najwa trouwde een andere man, verhuisde naar België en kreeg een dochter. Die dochter kwam uiteindelijk in Nederland terecht. Eerst in Leeuwarden, later in Amsterdam. “In de tijd dat zij in Leeuwarden woonde, had ik er een klus als elektricien. Technisch gezien hebben mijn zusje en ik elkaar daar kunnen zien.”
Zijn moeder had voor het bezoek aan haar dochter al een ticket geboekt, en zou in het najaar naar Nederland komen. “Op 11 november kwam ze bij ons thuis in Groningen en zagen we elkaar voor het eerst.”
Inmiddels reizen ze al een paar jaar op en neer en heeft Najwa ook de adoptieouders van René ontmoet: “Mijn adoptiemoeder heeft toen de eerste sokjes die ze voor me had gebreid aan mijn biologische moeder gegeven.”
Veel komijn
In september reizen René en Rebecca weer naar Libanon. “Alles is op zijn plek gevallen. Mijn gedrag, en zelfs uitspraken en grapjes. Ik doe heel veel dingen hetzelfde als mijn Libanese familie, maar ben in een nuchtere Groningse omgeving opgegroeid. Ik heb altijd gehoord: doe maar normaal. Op dat temperamentvolle gaat hier een dekseltje. Ik weet nu pas hoe het is om familie in de ogen te kijken en te denken: hier kom ik vandaan.”
Van zijn vaders kant heeft hij tot nu toe alleen contact met wat neven en nichten in Engeland, Dubai en Canada. Maar zijn moeder, zijn tante - die hem steeds nieuwe gerechten leert - en het land Libanon zijn nu onderdeel van zijn leven. En het is te proeven in de gerechten die hij serveert. “In Libanon zei iemand tegen me dat het typisch is voor mensen uit Beiroet om veel komijn in gerechten te doen. Ik hou ontzettend veel van komijn, dus dat deed ik altijd al! Zelfs dat klopte.”
René verzorgde in de eerste week de catering voor de artiesten en de crew, in de tweede week verzorgt hij op locatie het Hollands Hoop Diner voor publiek, voorafgaand aan de voorstelling. Alle Hollands Hoop Diners voor deze week zijn inmiddels uitverkocht.