Jan Broekema is de laatste bewoner van boerderij Hoog Hammen, beter bekend als ‘Hollands Hoop’. Generaties lang werden de boerderij en de omliggende landerijen in zijn familie van vader op zoon doorgegeven. In 2011 deed hij als laatste Broekema de deur van de boerderij achter zich dicht. Kordaat en zonder opsmuk.
“Als je er vaak komt, dan komt alles weer boven. Maar wat geweest is, is geweest. Je moet ook verder"
“Mijn vader is daar geboren en heeft er zijn hele leven gewoond. Mijn grootvader is daar geboren en heeft er ook zijn hele leven gewoond. En die zijn vader, en die zijn vader, en die zijn vader. Zo kan ik nog wel even doorgaan,” vertelt Jan. “Het is niet precies te achterhalen, maar het gaat terug tot ongeveer 1550. Niet veel boerderijen zijn zo lang van vader op zoon gegaan.” Hoog Hammen werd het genoemd, al lang voor straatnamen en huisnummers hun intrede deden. De boerderij van de familie Broekema was niet de enige die zo heette, ook veel omliggende boerderijen droegen die naam, herinnert Jan zich. “Wie een ansichtkaart naar ons wilde sturen, moest gewoon als adres ‘Broekema, Hoog Hammen’ op het kaartje schrijven en dan kwam het via een omweg wel bij ons terecht.”
Grote boeren
Jan werd geboren in 1949 en groeide op als middelste, tussen twee zussen in. “Mijn ouders gaven ons mee dat iedereen gelijk is en het recht heeft er te zijn.” Voor Jan zelf voelde dat soms anders. Thuis niet, maar wel bij klasgenootjes. “Dan fietste ik naar school in Woltersum over de brug bij het Eemskanaal, die destijds in de buurt van de molen lag, vlak bij huis. Hoog Hammen was ten zuiden van het kanaal in de wijde omtrek de grootste boerderij. Daar werd ik op afgerekend, want in die tijd speelde nog heel sterk de tegenstellingen tussen de werkende klasse en grote boeren. Dat werd me dan voor de voeten gegooid. Terwijl mijn ouders helemaal niet zo waren. Dat voelde wel eenzaam.”
Hun vijftig hectare land werd gebruikt voor het verbouwen van kleine hoeveelheden zaden: koolzaad, graszaad, blauwmaanzaad en karwijzaad. Maar het was hoofdzakelijk graan waar het om draaide. Ook toen Jan in 1980 de boerderij van zijn vader overnam. Als alleenstaande boer zonder kinderen deed hij al het werk jarenlang in zijn eentje of met een loonwerker. Lange tijd woonde hij er alleen met zijn moeder.
Zo rond de eeuwwisseling werd het Jan duidelijk dat het bedrijf te klein was. “Dat kwam door groeiende mechanisatie en dalende marges op de prijzen. Om uit te kunnen had ik het tienvoudige nodig. Want dan waren de machines rendabel en was de inkoop voordeliger. Ik had op mijn eigen land niet genoeg werk meer en ging zelf loonwerk ernaast doen.”
Soms werd door onwetende buitenstaanders gezegd dat hij beter aardappels kon gaan verbouwen. “Die grond is totaal ongeschikt om aardappels te telen,” wist Jan. “Maar ach, dat kon je die mensen ook niet kwalijk nemen.”
Houtwormen
Gezondheidsredenen dwongen hem de boel in 2011 te verkopen. Zonder nageslacht wist hij altijd al dat het een keer zou stoppen. “Als je niet met ogen dicht loopt, dan groei je daar min of meer naar toe, dan weet je dat. Dat waren geen leuke gedachten. Maar dan kun je wel gaan zitten met je handen op je hoofd, daar kom je ook niet verder mee.” Ja, dan komt Groningse nuchterheid wel van pas.
Op zijn 63e verkocht hij de boerderij en de omliggende grond. Dat zijn vertrouwde plek een jaar later voor de serie Hollands Hoop werd gebruikt vond Jan bijzonder. Vooral om de voor hem bekende omgeving op prachtig gefilmde beelden te zien. De opnames van het eerste seizoen staan hem nog het meeste bij. “Er stonden toen nog veel meer bomen dan nu. Ze maakten veel mooie natuuropnames. Dat was leuk.”
Tand des tijds
Hij komt er nog wel eens, op Hoog Hammen. Al hoeft hij dat niet al te vaak. “Ik ken iedere steen, iedere kromme spijker, alle houtwormen ken ik bij wijze van spreken bij naam. Als je er vaak komt, dan komt alles weer boven. Dat had ik ook met de televisieserie. Maar wat geweest is, is geweest. Je moet ook verder.”
Toch gaat de plek hem nog steeds aan het hart. Hij hoopt dan ook dat stichting ‘Hoop voor Hoog Hammen’ erin slaagt de inmiddels verpauperde boerderij te behouden voor het Groninger landschap. “Het is de tand des tijds. Het is een behoorlijk gebouwencomplex en ook moeilijk te onderhouden. En nu is door de aardbevingen het fundament verzakt. Als dat verzakt, zakt wat boven de grond staat mee.”
Inmiddels woont Jan in het Drentse plaatsje Tynaarlo. Niet meer alleenstaand, maar samen met zijn vrouw. Jan: “We kennen elkaar al sinds de jaren zeventig en kwamen op latere leeftijd weer op elkaars pad. Zij woonde nooit op Hoog Hammen, maar is wel een boerendochter.”
Tickets liggen klaar
Natuurlijk komt Jan naar de voorstelling, samen met zijn zus. De tickets liggen al klaar. Nuchter als hij is, had hij ze zelf al aangeschaft voordat hij als gast werd uitgenodigd voor de première. Dan neemt hij plaats op de tribune, met uitzicht op de boerderij die honderden jaren familiebezit was, om getuige te zijn van een groots opgezet muziektheater. Of hij dat geen aparte gewaarwording vindt? “Nee hoor, ik juich het alleen maar toe. Dan heeft het grote publiek tenminste ook nog wat aan de gebouwen. Dat is toch gewoon leuk?”